Bitcoin, ether of een handvol kleinere munten: steeds meer mensen hebben crypto in een wallet of op een exchange staan. Wat minder mensen weten, is hoe je dat bezit correct opneemt in je aangifte inkomstenbelasting. De Belastingdienst ziet crypto namelijk gewoon als vermogen, en dat betekent dat je het moet aangeven, ook als je er niets mee hebt gedaan.
In dit artikel lees je hoe crypto in box 3 valt, hoe je de waarde bepaalt en welke valkuilen je beter kunt vermijden. Let wel: bedragen en percentages veranderen elk jaar, dus controleer altijd de actuele cijfers van het belastingjaar waarover je aangifte doet.
Waarom crypto in box 3 valt
Voor de meeste particulieren geldt dat cryptovaluta onder box 3 vallen, de box voor sparen en beleggen. Je betaalt dus geen belasting over de winst die je maakt bij het verkopen van munten, maar over de waarde van je bezit. De Belastingdienst rekent daarbij met een fictief rendement: crypto valt in de categorie overige bezittingen, waarvoor een hoger forfaitair rendement geldt dan voor spaargeld.
Over dat berekende rendement betaal je vervolgens belasting, voor zover je totale vermogen boven het heffingsvrije vermogen uitkomt. Dat drempelbedrag ligt in de afgelopen jaren rond de 57.000 euro per persoon. Heb je een fiscale partner, dan mag je dat bedrag samen verdubbelen en vrij verdelen.
De peildatum: 1 januari telt
Voor box 3 kijkt de Belastingdienst naar de waarde van je bezittingen op 1 januari van het belastingjaar. Wat je koers in de rest van het jaar doet, maakt voor de aangifte niet uit. Stond je portefeuille op 1 januari op 20.000 euro en is die in de zomer verdubbeld, dan geef je toch die 20.000 euro op.
Gebruik voor de waardebepaling de koers in euro’s op die datum. Veel exchanges bieden een jaaroverzicht of een export van je saldo, en dat is handig als onderbouwing. Bewaar zulke overzichten goed, want je moet je opgave kunnen verantwoorden als de Belastingdienst vragen stelt.
Waar je op let bij het invullen
In de aangifte vul je je crypto in bij de bezittingen in box 3, onder het onderdeel voor cryptovaluta of overige bezittingen. Een paar aandachtspunten helpen je om fouten te voorkomen. Wil je daarnaast op de hoogte blijven van ontwikkelingen in de cryptomarkt, dan vind je achtergrond en nieuws op Destift.nl, wat handig kan zijn om te begrijpen wat er met je bezit gebeurt.
- Tel al je wallets en exchanges op, ook buitenlandse platforms.
- Vergeet munten in een hardware wallet of cold storage niet.
- Reken alles om naar euro’s op de koers van 1 januari.
- Neem ook gestakete of uitgeleende munten mee.
- Bewaar screenshots en exports als bewijs.
Mining, staking en handelen als beroep
Niet elke cryptoactiviteit valt automatisch in box 3. Doe je aan mining, actieve staking of handel je op een manier die verder gaat dan normaal vermogensbeheer, dan kan de Belastingdienst je inkomsten zien als resultaat uit overige werkzaamheden of zelfs als winst uit onderneming. Die vallen in box 1, met een ander en vaak hoger tarief.
Waar de grens precies ligt, hangt af van je situatie: hoeveel tijd je erin steekt, welke kennis je inzet en hoe georganiseerd je te werk gaat. Twijfel je, laat je dan adviseren door een belastingadviseur die ervaring heeft met crypto.
Werkelijk rendement en wat er verandert
Na uitspraken van de Hoge Raad is het box 3-stelsel volop in beweging. Was je werkelijke rendement lager dan het forfaitaire rendement, bijvoorbeeld omdat je crypto in waarde daalde, dan kun je onder voorwaarden aantonen dat je minder belasting verschuldigd bent. Daarvoor moet je je werkelijke rendement wel goed kunnen onderbouwen.
Daarnaast krijgt de Belastingdienst steeds meer zicht op cryptobezit. Door Europese afspraken gaan cryptoplatforms gegevens van gebruikers delen met belastingdiensten. Bezit verzwijgen wordt daardoor niet alleen riskanter, het kan ook leiden tot naheffingen en boetes.