• Main

    Zeven slimme manieren om water te besparen in de tuin

    Hete, droge zomers komen in Nederland steeds vaker voor. Dan wil je je tuin graag groen houden, maar sproeien met kraanwater is duur en belast de drinkwatervoorraad. Gelukkig hoeft een mooie tuin niet veel water te kosten. Met een paar slimme aanpassingen geef je planten precies wat ze nodig hebben en gaat er weinig verloren.

    In dit artikel lees je zeven praktische manieren om water te besparen. Sommige tips kosten een middagje werk, andere vragen alleen een iets andere gewoonte. Samen maken ze een groot verschil.

    1. Vang regenwater op

    De eenvoudigste stap is het opvangen van regenwater. Een regenton aan de regenpijp van je huis, schuur of tuinhuisje vult zich bij elke bui vanzelf. Op een gemiddeld dak valt in een flinke regenbui al snel genoeg water om een ton van tweehonderd liter te vullen. Regenwater is bovendien zachter dan kraanwater en bevat geen kalk, wat veel planten prettig vinden.

    Kies een ton met een deksel, zodat er geen bladeren in vallen en muggen geen kans krijgen. Heb je weinig ruimte, dan zijn er smalle modellen die tegen de muur passen. Met een vulautomaat in de regenpijp stroomt het overtollige water gewoon weer naar het riool als de ton vol is.

    2 en 3. Geef gericht water op het juiste moment

    Een sproeier die het hele gazon en de borders natspuit, verliest veel water door verdamping en wind. Een druppelsysteem of druppelslang brengt het water direct naar de wortels. Je legt de slang tussen de planten, eventueel onder een laag mulch, en het water sijpelt langzaam de grond in. Zo komt bijna elke druppel terecht waar hij nodig is. Met een eenvoudige timer op de kraan loopt het systeem zelfs vanzelf.

    Minstens zo belangrijk is het tijdstip. Geef water vroeg in de ochtend, wanneer het nog koel is en de grond het vocht rustig kan opnemen. Overdag verdampt een groot deel voordat het de wortels bereikt. Geef liever één of twee keer per week flink water dan elke dag een beetje. Diep water geven stimuleert planten om diepere wortels te maken, waardoor ze beter tegen droogte kunnen.

    4 en 5. Bedek en verbeter de bodem

    Kale grond droogt in de zon razendsnel uit. Door te mulchen leg je een beschermende laag over de aarde, bijvoorbeeld van houtsnippers, gehakseld blad, stro of grasmaaisel. Een laag van vijf tot acht centimeter houdt het vocht vast, remt onkruid en houdt de bodem koeler. Leg mulch het liefst in het voorjaar, wanneer de grond nog vochtig is.

    Daarnaast loont het om je bodem te verbeteren. Grond met veel organisch materiaal werkt als een spons en houdt water langer vast. Werk elk jaar wat compost door de bovenlaag, vooral als je zandgrond hebt. Zoek je hulp bij het kiezen van gereedschap, een regenton of een druppelsysteem, dan vind je op Tuinreviews.nl vergelijkingen en tips die je op weg helpen.

    6. Kies planten die tegen droogte kunnen

    Niet elke plant heeft evenveel water nodig. Veel soorten uit het Middellandse Zeegebied en de steppe zijn gewend aan droge zomers. Ze hebben vaak grijs of zilverachtig blad, dunne naaldjes of vlezige bladeren die vocht opslaan. Eenmaal goed geworteld redden ze zich meestal zonder extra water. Groepeer planten met dezelfde waterbehoefte, zodat je dorstige soorten bij elkaar zet en de rest met rust kunt laten.

    Een paar betrouwbare keuzes voor een zonnige, droge plek:

    • Lavendel en rozemarijn
    • Vetkruid (sedum) en huislook
    • Siergrassen zoals vedergras
    • Kattenkruid en salie
    • Ruwe smele en lampenpoetsergras

    7. Laat het gazon wat gaan

    Een gazon is een van de grootste waterverbruikers in de tuin. Toch hoeft gras in een droge periode niet gesproeid te worden. Het kleurt bruin en gaat in een soort rusttoestand, maar herstelt meestal binnen een paar weken na de eerste regen. Maai tijdens hitte wat hoger, zodat de grassprieten de grond beschaduwen, en laat het maaisel af en toe liggen als natuurlijke mulch.

    Wil je een stap verder gaan, overweeg dan om een deel van het gazon te vervangen door een bloemenweide, bodembedekkers of een border met droogtebestendige planten. Dat scheelt water en maaiwerk, en het levert bovendien voedsel op voor bijen en vlinders.

    Je hoeft niet alle zeven tips tegelijk toe te passen. Begin met een regenton en een laag mulch, en breid daarna stap voor stap uit. Elke aanpassing helpt je tuin om beter tegen hitte te kunnen, en je zult merken dat de waterrekening in de zomer een stuk vriendelijker wordt.

  • Main

    Geen tuin? Zo haal je de natuur toch in huis

    Wie in de stad woont, moet het vaak doen met een balkon ter grootte van een theedoek, of helemaal zonder buitenruimte. Toch hoef je groen niet te missen. Met een paar slimme keuzes breng je de natuur gewoon naar binnen, en dat merk je niet alleen aan hoe je huis eruitziet, maar ook aan hoe het voelt.

    Planten, hout, linnen en een potje basilicum op de vensterbank zorgen samen voor rust en leven in huis. In dit artikel lees je hoe je dat aanpakt, ook als je weinig ruimte, weinig licht of weinig ervaring hebt.

    Begin met planten die bij je huis passen

    De grootste fout die beginners maken, is een plant kiezen omdat hij mooi is, zonder te kijken naar de plek waar hij komt te staan. Kijk eerst hoeveel licht je hebt. Een raam op het zuiden geeft veel direct zonlicht, terwijl een kamer op het noorden juist zacht en indirect licht krijgt.

    Voor donkere hoeken zijn de zamioculcas, de sansevieria en de pothos sterke keuzes. Ze verdragen weinig licht en vergeten water geven vinden ze niet erg. Heb je een zonnige vensterbank, dan doen vetplanten, cactussen en een olijfboompje het daar uitstekend. Zo voorkom je dat je plant na een paar weken slap in de pot hangt.

    Denk in hoogtes en lagen

    In een kleine woning is vloeroppervlak schaars, dus gebruik de ruimte in de hoogte. Hangplanten aan het plafond of aan een gordijnrail geven een weelderig effect zonder dat je er ruimte voor opoffert. Een smalle plantentrap of een wandplank met een paar potten werkt ook goed.

    Door planten op verschillende hoogtes te zetten, ontstaat diepte. Combineer een grote plant op de vloer met wat middelgrote exemplaren op een kast en een paar hangers. Het geheel voelt dan meer als een stukje natuur en minder als een losse verzameling potten.

    Natuurlijke materialen maken het verschil

    Groen in huis gaat verder dan planten alleen. Materialen als hout, rotan, jute, wol, linnen en steen geven een ruimte direct een warmer en natuurlijker karakter. Denk aan een houten bijzettafel, een rieten mand voor je plaids of een kleed van jute op de vloer.

    Je hoeft je hele interieur niet te vervangen. Kleine accenten werken al: een schaal van keramiek, een paar takken in een vaas of schelpen en stenen die je tijdens een wandeling hebt meegenomen. Wil je meer ideeën voor stijlen en combinaties, dan vind je op Huistuinenliefde blogs over binnen- en buiteninterieur die je op weg kunnen helpen. Let bij het kiezen van kleuren vooral op aardetinten zoals zandkleur, olijfgroen en terracotta; die versterken het natuurlijke gevoel.

    Een kruidentuin op de vensterbank

    Kruiden zijn misschien wel de leukste manier om natuur in huis te halen, omdat je er ook nog van kunt eten. Een zonnige vensterbank in de keuken is ideaal. De meeste kruiden hebben minstens zes uur licht per dag nodig en houden van een pot met goede afwatering.

    Een paar kruiden die het binnen goed doen:

    • Basilicum: houdt van warmte en regelmatig water
    • Peterselie: verdraagt iets minder licht
    • Munt: groeit hard, dus geef hem een eigen pot
    • Bieslook: makkelijk en komt steeds terug na het knippen
    • Tijm: kan goed tegen droogte en volle zon

    Verzorging zonder stress

    Planten gaan vaker dood door te veel water dan door te weinig. Voel met je vinger in de aarde: is de bovenste paar centimeter droog, dan mag je water geven. Gebruik potten met een gat in de bodem of zet een laagje kleikorrels onder in een sierpot, zodat de wortels niet in het water staan.

    Maak er een vast moment van, bijvoorbeeld op zondagochtend. Draai je planten af en toe een kwartslag, zodat ze gelijkmatig naar het licht groeien, en veeg stof van grote bladeren met een vochtige doek. Zo blijven ze gezond en zien ze er fris uit.